Hoofstuk 2

Tijd Min Nul.

Amatsu Mikaboshi

 Een kolossale schaduw strekte zich uit over de besneeuwde flank van de vulkaan, scherp afgetekend tegen de stervende gloed van de schemering. Maar het was geen simpele afwezigheid van licht: het was een aanwezigheid, een tastbare essentie. Het belichaamde de Duisternis.

Amatsu Mikaboshi.

Een naam gesmeed door stervelingen om te trachten te vangen wat niet gevangen kon worden. Een onvolmaakte aanduiding voor datgene wat uit de oerkracht van Chaos was geboren, gevormd in donkere materie, vreemd aan de wetten van de fysica. Toch paste die naam bij hem.

Diep in zijn chaotische wezen voelde hij de vurigheid van zijn dienaren. Ruwe energie, aangeboden als zwarte sap, voedde zijn opkomst. Elke ziel, elk ritueel weefde een draad in het tapijt van zijn macht.

Voor hem rees de ultieme strijd op, tegen zijn gezworen vijanden: de Titanen! Deze entiteiten hadden het gewaagd hun orde op te leggen aan een universum dat eens het zijne was. Ze hadden materie gevormd, leven ingeblazen, en starre wetten gevestigd. Zoveel beledigingen aan de Chaos.

Op dit heilige eiland hadden drie Titanen — Susanoo, Amaterasu en Tsukiyomi — hem teruggedrongen, gesteund door een horde half-menselijke, half-goddelijke helden. Die dag verzegelden de helden Amatsu’s lot; ze sloten hem op in een entropisch nexus buiten de tijd.

Hij, en de zijnen. Zonen en dochters van donkere materie, zo oud dat men zei dat ze afstamden van vergeten goden. Zij die vreemde muziek speelden op dissonante instrumenten, hun meesters betoverend.

Hij verbleef onder hen, elk afzonderlijk, in de schoot van een slapend bewustzijn in stasis, zwevend met hen voor eeuwigheid.

De Titanen bleven. Maar tegen welke prijs? Hun bestaan, en dat van de wezens van chaos, hing af van menselijke emoties: geloof, angst, verering. Door de eeuwen heen, terwijl het geloof verflauwde, doofde hun macht uit. Ze werden schaduwen, mythologische vertellingen meer dan werkelijkheden. Enkelen, die weigerden te verdwijnen, waren opgestegen tot galactische hoeders, zonder geslacht, los van vlees, verre en neutrale toeschouwers. Maar voor hoe lang nog?

Eeuwen later, in de uithoeken van het universum en in een vergeten dimensie, verkeerde Amatsu nog steeds in zijn gedwongen stasis. Zijn essentie flikkerde, schommelend tussen de grenzen van de werkelijkheid en de fragmenten van chaos. Tijd was hier een leeg begrip. Hij lag nog steeds in de limbo van een massief zwart gat.

Toen kwamen de geluiden.

Eerst zwakke vibraties, bijna onmerkbaar.

… Day Tripper …

Vonken van energie rezen op in de leegte, beladen met intense emoties. Deze energieën kwamen niet uit oude rituelen, maar uit een onvoorspelbare bron: menselijk?

… It took me so long to find out …[1]

De muziek droeg een kracht vergelijkbaar met die van de oude heilige gezangen. Ruw. Doordrenkt van passie. Amatsu voedde zich ermee. Langzaam begon hij uit zijn gedwongen slaap te ontwaken.

Zijn etherische lichaam zweefde tussen materie en vormloosheid. Zijn contouren golfden, deden denken aan de enorme gestalte van een voorouderlijke krijger. Een vreemde weemoed overviel hem.

Was het een gestolen herinnering of zijn eigen reminiscentie? Het maakte weinig uit. De muzikale trillingen stuurden zijn onstabiele deeltjes, verenigend energie met essentie. Hij begreep dat hij zich bevond in een tijdperk zo ver weg dat geen enkel geheugen het meer kon bereiken. Ver voorbij herinnering en waarneming, het kwam tot hem uit een ver verleden.

Door ruimte en tijd heen voelde hij hun bron: een blauwe planeet vol leven. Tellure.

Hij concentreerde zich op de brokstukken emoties die door de eeuwen heen werden gedragen, met zich meebrengend half-vergeten verhalen. Deze muziek kwam niet van gewone schepsels; ze was doordrenkt met passie, verlangen en hoop.

“Waarom nu? Wie manipuleert deze klanken om mij te wekken?” dacht hij.

Zonder verdere aarzeling volgde Amatsu de geluidsstromen, ze teruggaand als een roofdier dat een spoor volgt.

Door de tijdperken heen verscheen hij opnieuw in een wervel van schaduwen op het eiland dat zijn lot millennia eerder had bezegeld. Nihon. Wieg van zijn grootste gevechten, gehuld in spookachtige nevels.

Hij zocht een houvast, een identiteit. De ochtendlijke energie was onvoldoende. Plots herinnerde hij zich Amano Kagaseo, een legendarisch figuur. Hij nam die naam aan en vertrok naar een afgelegen dorp.

Daar ontmoette hij een visser. Zonder geweld drong hij diens geest binnen en overtuigde hem hem te volgen. De visser boog zich voor hem, onder de indruk.

Op zijn hand droeg hij een discreet tatoeage: een gestileerde zon, een symbool dat door chaos-sekten was overgenomen. Een zaad geplant in het hart van de moderne geschiedenis.

De chaos kwam weer boven. Een fluistering in de menselijke ziel, volhardend tot in deze 21e eeuw.


[1] Day Tripper — The Bugs (The Beatles op Aarde)